De naam Baudeloo is ontleend aan het gelijknamige gebouw in Hulst. Baudeloo is gesticht aan het begin van de 16e eeuw als refugium (vluchthuis) van de Abdij van Boudeloo uit Gent.

De monniken van deze Abdij hebben een begin gemaakt met de inpoldering van de Schelde.
 
De refugia

De monniken van de abdijen van Baudeloo, Van Duinen en van Cambron hebben door inpolderingen veel land op het water gewonnen. Zij bewerkten de landerijen en hadden in de stad een soort 'vluchtklooster': het refugium.

Achter het stadhuis op de markt is nog het torentje te zien van het Refugium Baudeloo uit de 13e eeuw. De rest van het gebouw dateert uit de 16e eeuw. Het werd als uithof gebruikt door de Cistercienzer monniken nadat de Geuzen het Hof te Zande hadden vernietigd. In 1645 werd het in beslag genomen door prins Frederik Hendrik, vandaar ook wel de naam Prinsenhuis.

Het gebouw met zijn karakteristieke torentje is gesitueerd in wat vroeger de tuin van het Baudeloo-complex was. De zusters Franciscanessen van Mariadal beheerden dit gebouwencomplex, bestaande uit een klooster, een pensionaat en een aantal schoolgebouwen tot eind jaren 80 van de vorige eeuw.

In 1992 is het gebouw ontdaan van alle aangrenzende bebouwing en terug in originele staat gebracht. In dit fraaie gebouw is nu de Zeeuwse Muziekschool gevestigd en een historische concertzaal ingericht.

Meer Baudeloo op Wikipedia.